Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Sage
Antwerpen

Opsinjoorke

Opsinjoorke
Opsinjoorke koffer

Volgens Collin de Plancy kwam Jan I, Hertog van Brabant op het einde van 1292 te Antwerpen op bezoek. Hij nam deze gelegenheid te baat om de wetten tot beteugeling van allerhande misdrijven en schelmerijen te codificeren. In die tijd woonde er op de Grote Houtvliet een Duitse wapen smid, Hans Pont geheten. De kerel vond er behagen in zijn vrouw dag in, dag uit te ranselen.

De Schout van Antwerpen, op zekere dag met de Hertog in gesprek, maakte er de vorst attent op dat er in het nieuwe wetboek geen straf voorzien was voor mannen die hun vrouw slaan. Hij stelde voor dergelijke delinquenten in een deken op te wippen. Wat de Hertog goedkeurde.

Nog dezelfde dag drongen een tiental kloeke buren in Hans Pont's woning binnen. Ze beweerden van de Schout gezonden te zijn en verzochten de wapensmid even buiten te treden. Hans volgde de mannen op straat. Op een afgesproken teken werd Hans vast gegrepen, op een door zes kerels vastgehouden deken geworpen en opgewipt.
"Wat heeft dit te beduiden?" riep de Duitser verstoord.
"Zo straft men de mannen die hun vrouw mishandelen", werd hem geantwoord.

Inmiddels werd hij onophoudend in de hoogte geslingerd. Honderden lachlustige kijkers kwamen toegestroomd, luidkeels hun instemming met de toegepaste straf betuigend. Eén der mannen lost echter zijn greep, met het ongelukkig gevolg dat Hans met het hoofd tegen een paal van de vliet aandonderde en in het water plofte. Wanneer men de drenkeling had opgehaald, bleek het dat hij de geest had gegeven. De Schout bracht rapport uit over het incident. De Hertog bepaalde dat in de toekomst nog slechts een pop met een houten kop zou worden opgesmeten.

Zo werd dan op last van de Magistraat een mannequin aangemaakt. Als zich nu ergens een man aan zijn vrouw had vergrepen werd de pop derwijze aangekleed dat ze grote gelijkenis had met de schuldige voor wiens huis ze werd opgewipt.

Toen de Spanjaarden België hadden overweldigd, vestigde zich in het zuiden van de stad een Spaans edelman, Señor Don Antonio de Rivery Prato, die in gezelschap een vrolijke kwant doch thuis, kibbelend om de haverklap, zijn vrouw geregeld een pak slaag gaf. De Antwerpenaars zouden hem die hebbelijkheid wel afleren! Ze lieten de pop met de houten kop halen. De ratten hadden het afbeeldsel jammerlijk gehavend. Er werd besloten een nieuwe mannequin aan te maken. Men bootste de belachelijke kleine gestalte van de Spanjaard na en deed een kop snijden en opschilderen door een vakman. De pop doopte men "Sinjoorke", een ironische zinspeling op het woord: "Señor".

Voor de woning van Don Antonio werd de nieuwe pop opgesmeten. De Spanjaard ergerde zich zo fel aan dit vernederend betoon dat hij voor goed onze stad verliet. Er was later geen feest meer, geen optocht of "Op Sinjoorke" was van de partij. De Mechelaars, gebeten op de Antwerpenaars omdat dezen hen "Maneblussers" noemden, stalen op zekere dag de beruchte pop en borgen ze op in een boerenkist.

© 2018 Filip Gybels