Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Sage
Brugge

De Witte Dame

Het Minnewater te Brugge
Vanaf het ogenblik dat de schemering invalt tot omstreeks middernacht dwaalt de Witte Dame in de buurt van het Minnewater rond. Velen hebben haar al gezien, weinigen durven er over praten.

Nu nog weten oudere Bruggelingen te vertellen dat ze een Schotse lady was, gehuwd met een Franse officier. Maar op een dag was haar echtgenoot plotseling verdwenen. Er werd gefluisterd dat zij hem eerst bedrogen en betoverd en nadien vergiftigd had. Het waren maar geruchten, maar je weet hoe dat gaat… hoe meer er gefluisterd werd hoe meer het gerucht voor waar werd aangenomen. Hoe de dame in Brugge verzeild was, wist niemand. Ze had weinig contact met de stedelingen.

Na de dood van haar echtgenoot ging ze een teruggetrokken leven leiden in het Brugse Begijnhof. Slechts heel af en toe, na de mis, wisselde ze enkele woorden met de andere vrouwen die er woonden. Soms loerde ze ongeduldig door de gordijntjes, alsof ze nog iemand verwachtte, maar nooit kreeg ze bezoek. Ze ging vaak moederziel alleen in de stad wandelen. Men zag haar soms onder de bomen aan de Dijver, maar haar geliefkoosde plekje was de oever van het Minnewater en het Netelbos. Dat is het huidige Minnewaterpark. In de winter droeg ze altijd een lange vaalwitte mantel, in de zomer vaak een lang wit kleed, en dan had ze altijd een witte parasol in de hand. Ze werd gniffelend “de witte dame” genoemd.

Op een dag verdween ze. Het had dagen geduurd voor men besefte dat ze weg was. Men stelde een onderzoek in maar werd niet veel wijzer. Het huisje dat ze huurde was een toonbeeld van netheid en orde. Overal stonden portretten van haar Franse officier. Op de tafel stond nog een open inktpot. Er lag een briefje naast. Een soort afscheidsboodschap: ”Ik ga mijn lieve druïde zoeken. Vaarwel!”

Het mysterie van haar verdwijning werd nooit opgelost. Tevergeefs werd zelfs het Minnewater afgedregd. Maar als het donker is wordt haar schim hier en daar in het Minnewaterpark en aan het Minnewater opgemerkt.  Soms staat ze op de brug over het Minnewater, of duikt ze plotseling – geheel in het wit gekleed - achter een struik of een hoge boom op. Ze zwaait dan verlegen en vraagt smekend: “O lieve druïde, kom toch mee met mij.” 

© 2018 Filip Gybels