Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Sage
Kanegem

Hij komt van Kanegem

Alexander Spierinck, een brave ziel van 52, was baljuw toen hij gepromoveerd werd tot rechterhand én persoonlijk adviseur van de Vlaamse graaf Filips de Stoute. In Vlaanderen is zo maar één. Maar het gaat hem niet voor de wind. Waneer hij in Brugge enkele belangrijke moorden niet kan oplossen, wordt hij gedegradeerd naar een kleiner rechtsgebied, dat van Tielt.

In Tielt heeft hij een groot aanzien, maar innerlijk voelt hij zich gekwetst. Hij wil zijn gezicht zo snel mogelijk redden. Ook in Tielt heeft hij niet de gelegenheid gehad een boef of een dief te pakken te krijgen. Filips de Stoute had hem onlangs hiervoor op zijn vingers getikt. Iedereen begon over de afgelopen misdaden te spotten. Alexander was volop zijn hoog aanzien aan het verliezen, hier zou hij zo snel als hij kan iets tegen doen.
"De eerste boef die ik te pakken krijg, die kraak ik." dacht hij.

Op een stormachtige nacht werd er aan zijn deur geklopt, hij was onmiddellijk klaarwakker en opende de deur.
"Meester, er is beneden een boer van Kanegem die beweert dat Jan Vleminck de pastoor vermoord heeft." zei zijn knecht die buiten adem aan de deur stond.
"Jan Vleminck de kippen handelaar ?" vroeg de baljuw.
"Ja dat is hem" zei de knecht "Hij beweert bij hoog en laag dat hij het niet gedaan heeft, maar hij had een mes bij zich met bloed erop".

Toen de baljuw arriveerde, was Jan Vleminck al zo goed als veroordeeld door de omstaanders.
"Wat doe jij hier op een boogscheut van je huis met een bebloed mes in je zak?" riep de baljuw.
"Dat weet ik niet" zei de verwonderde Vleminckx "Dit mes is niet van mij, mijn initialen staan er niet op".
"Hoe dat weet je niet, wat weet je dan wel, dat mes kan toch niet vanzelf in je zak gekomen zijn" repliceerde de baljuw.
"Nee dat is waar maar toch" zei het slachtoffer en hij vertelde de baljuw dat hij te voet van Lokeren kwam, maar dat hij onderweg verast was door de storm, en hierdoor verloren gelopen is.

In de buurt van Kanegem had hij een hutje gevonden om te schuilen, doch toen hij daarbinnen kwam had hij een schaduw gezien die hem onmiddellijk bedreigde en hem wegjaagde. Jan Vleminck is toen gaan lopen zo ver hij kon, en is toen gaan schuilen in een gracht en daar in slaap gevallen.

De Baljuw ondervroeg zowel de boer die hem gevonden had als de meid van de pastoor. De boer vertelde dat hij Vleminck gevonden had met een mes in zijn zak, en de meid vertelde dat zij iemand met een lange mantel gezien had die een mes geplant heeft in de rug van de pastoor.
Doch zij heeft geen gezicht gezien, maar het kon Jan geweest zijn.

Voor de baljuw was het duidelijk, Jan Vleminck was de moordenaar, en Alexander de baljuw had zijn naam weer goedgemaakt door een moord op te lossen. "Heer heb medelijden, ik kom van Kanegem en ik weet van niets" zei Jan Vleminck, doch de baljuw luisterde niet meer en liet hem opsluiten.
De dag nadien veroordeelde de baljuw onder Jan tot de galg, ondanks de schepenen die aandrongen om eerst zijn weerwoord na te kijken. Doch voor de baljuw was het moord nadat Jan betrapt is geweest na een diefstal. Hij dacht alleen maar om zijn naam herstellen, het vonnis moest zo snel mogelijk uitgevoerd worden.

De dag nadien werd er een galg opgesteld en Jan stond er klaar met de strop rond zijn nek.
"Heb je nog iets te vertellen" vroeg de baljuw.
" Ik ben onschuldig " riep Jan uit. "Geef mij minstens één dag en ik bewijs u dat ik van Lokeren te voet ben gekomen."
"Niets daarvan" schreeuwde de baljuw " Het vonnis wordt vandaag uitgevoerd".
Het werd muisstil op het plein.
"Ik sterf onschuldig" riep Jan snel en luid uit. "God zal mijn onschuld bewijzen. Over één week, dag op dag en uur op uur roep ik Alexander Spierinck op tot Gods oordeel".
Alexander kreeg een krop in de keel, en riep "Hang hem nu op in Godsnaam."
De ladder werd onder Jans voeten weggehaald en zijn nekwervel brak.

Plots kwam er de vrouw van Jan uit het publiek, zij had nu pas vernomen dat haar man veroordeeld was "Wat hebben jullie met mijn man gedaan!", riep ze, "hij is onschuldig, hij is inderdaad al drie dagen van huis."
Het publiek werd stil en vertrok diep onder de indruk naar huis.
De Baljuw was ook notaris, en hij had een grond gekocht voor de vrouw en de kinderen van Jan Vleminck, dit om zijn geweten te sussen. Hij besefte dat hij te snel geweest was.

Exact een week later stierf de baljuw aan een hartinfarct. Het onrecht was bewezen.
Een maand later arriveerde een nieuwe baljuw in de stad. Zoals gebruikelijk werd er een kanonschot gelost.
Dit kanonschot spatte uit elkaar, gelukkig werd er niemand gewond, buiten één iemand, het was de moordenaar van de pastoor, hij stierf na de biecht bij de pastoor.

Gevolg van deze sage: Het gezegde: "Hij komt van Kanegem." : Hij weet van niets.

© 2018 Filip Gybels