Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Sage
Overpelt

Drossaard Clercx

Het landgoed Hobos te Overpelt
Het landgoed Hobos te Overpelt
Het landgoed Hobos te Overpelt

In Overpelt was een drossaard die Van de Cruys heette. Die zou de Bokkenrijders uitroeien, maar hij was er zelf bang van. De Bokkenrijders wisten dat en ze braken 's nachts bij hem binnen. Ze kwamen bij hem aan het bed en Van de Cruys was zo bang dat hij stierf van schrik. Toen heeft die Clercx hem opgevolgd. Drossaard Clercx was van aard onverschillig en die heeft de Bokkenrijders totaal uitgeroeid. Ieder dorp had toen zijn rechtbank, genachten noemden ze die. De Drossaard klaagde ze aan en de genachten sprak de straf uit. Die had knechten, een soort gendarmerie, en die knoopten ze dan op. En de mensen hadden daar ontzaglijk veel schrik van. Die Drossaard nu woonde op het Hobos en daar kan men de ringen nog zien waaraan hij de mensen vastbond in de kelders. Die hij niet in de kelder sleurde, hing hij op. De mensen, als ze iemand wisten die zich niet goed gedroeg, gingen naar hem en hij knapte dat zaakje dan op. Eerst bracht hij ze aan het praten. Boven Overpelt stond zo een soort katrol en wie iets gedaan had, werd daaraan opgehangen en opgetrokken en als hij bijna boven was, begon hij wel te spreken.

Zo was er een vrouw en die had in een winkel koffie gehaald op de pof in plaats van te betalen en Drossaard Clercx hing ze op. Een andere vrouw kon haar zoon niet de baas, hij wilde niet luisteren en zij trok naar de Drossaard. "Mijnheer, ik kom eens vragen of gij eens wilt komen om mijn jongen een berisping te geven want dit en dat, hij wil niet luisteren enzovoort." "Ja," zei de Drossaard, "dat is goed, ik zal wel eens binnen komen." Hij heeft zijn voituur genomen met een paar mooie paardjes ervoor en dan had hij bovendien altijd nog een man of een paar man op zijn wagen bijzitten. "Hier moet ge eventjes stoppen," zei hij, "want hier moet ik eens binnen." En hij naar binnen. "Hewel, moederke, waar zit die deugniet? Hebt ge geen koord?" "Jamaar, wat gaat ge doen?" "Dat zult ge wel zien." En hij bond die koord aan de deur vast en rond de nek van die deugniet en hij hing hem op. "Jamaar, wat doet ge nu? Waarom doet ge dat?" zei het moederke. "Ge zult er geen last meer van hebben, hij zal het niet meer doen," zei de Drossaard, hij sprong zijn voituur in en hij was weg.

Maar op een keer zijn ze hem toch te vlug af geweest. De Drossaard had er twee gesnapt over het kanaal, hij wou ze meekrijgen, maar hij zei niet dat hij de Drossaard was. "Ge moet maar eens meekomen om het paard te berijden", had bij gezegd. Voor die mannen was dat goed en ze kwamen. Er waren over dat kanaal toen geen bruggen zoals nu en daarom ging dat met een bootje. Maar een van die twee was er niet erg gerust in en toen ze op het water waren, zei hij: "Drossaard, uw jas hangt in het water." Dat was natuurlijk om hem op de proef te stellen. Toen hij naar zijn jas greep, kipten ze hem in het water en zijzelf waren niet meer te zien.

De Drossaard was nog een andere kerel dan dat. Als er iemand ondertrouwde, dan moest die jongen met zijn meisje bij hem komen. En dan moest die manskerel honderd tot tweehonderd mutsaarden wegdragen en terwijl bleef de Drossaard met dat meisje alleen. Zo een kerel was dat.

Te langen laatste had iedereen er schoon genoeg van en samen met de geestelijke overheid besloten ze hem te verbannen. De mannen die dat wilden doen, mochten zelf niets op bun geweten hebben, want dan ging het niet. De eerste die het wilde doen, daar zei de Drossaard tegen: "Toen gij student waart, hebt ge een stoksken afgesneden in de gracbt en als ge dat niet gedaan had, dan had het een molenstander kunnen worden." En die kreeg de Drossaard niet verbannen. Toen moest de andere komen en die had heel hard gebeden. Toen moesten ze een kar zand halen en daar moest hij achtergaan. Maar het schijnt dat men hem gebonden gelegd heeft onder een brug in Kerkhoven voor 99 jaar, en als die om zijn, weer voor 99 jaar.

Maar daarom waren ze de Drossaard nog niet kwijt. Drie dagen nadat hij onder die brug verbannen was, reed Tuuske Clercx, dat was zijn broer, te paard naar Kerkhoven over de brug. In het heengaan liet de Drossaard hem mooi voorbijrijden. Maar toen hij terugkwam en over de brug wilde, rukte hij hem van zijn paard op de grond. Tuuske had daar zo een schrik van gepakt dat hij drie dagen later dood was. Op die brug kon je soms een paard horen schudden met al zijn getuig, je mocht dan omkijken, maar je zag niets en toch hoorde je het.

Het spookte alleszins ook op het Hobos. 's Nachts om 12 uur kwam de Drossaard terug en dan smeet hij alle deuren en vensters open. En toen de knecht 's morgens opstond, was zijn paard zo nat alsof het uit de beek kwam. De Drossaard had ermee rondgereden. Hij kon zo ook terugkomen met een wagen vol vuur en zo reed hij dan naar zijn huis over de mesthoop. En voor het vuur in de gloeiende wagen kwam dan een grote hond zitten en dat was de Drossaard zelf. Daar waren ook andere knechten op het Hobos en die moesten 's morgens vroeg inspannen. Nu, die knechten lagen met twee in één bed. De ene stond op, maar de andere bleef liggen en die kreeg daar nu opeens maar zo een slag, dat hij opsprong en naar die andere toe ging. "Waarom moet gij mij zo slaan?" vroeg hij. Maar die andere wist van niets. "Dat heb ik niet gedaan", zei hij. Daar was niemand in de kamer te zien geweest. Het was de Drossaard die hem geslagen had, toen hij zo eens terugkwam.

En op een dag reed de zoon van de Drossaard naar Peer en toen hij aan de molen kwam zeiden ze hem dat de Drossaard nog terug zou komen. En hij zei: "Hewel, als die nog moet komen, dan wou ik dat hij direct kwam". En op hetzelfde ogenblik sprong een grote zwarte hond op de rug van zijn paard, altijd dezelfde. En zo is de Drossaard ook na zijn verbanning de schrik van de streek gebleven.

Sinds 2000 is het Hobos een beschermd gebied. Bosland wil met de aankoop van het Hobos een duurzame, respectvolle ontsluiting van dit domein en haar geschiedenis mogelijk maken.

Gerelateerd: 

© 2018 Filip Gybels