Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Legende
Scherpenheuvel

De Heilige Eik wordt Basiliek

Basiliek van Scherpenheuvel

Scherpenheuvel is een type voorbeeld van hoe de verering van een heilige eik evolueerde naar een zeer druk bezocht bedevaartsoord. De heilige eik stond op een heuveltop (Scherpe heuvel) tussen Zichem en Diest. In de Spiegel Historiaal van kapelaan Lodewijk Van Velten lezen we dat in 1304 in Scherpenheuvel "nog 6 maand een heilige eik aanbeden werd". Later werd er een eiken Maria-beeldje aan de boom gehangen. In klassiek katholieke traditie spreekt de legende natuurlijk niet van de "heilige eik".

Een herder liet op de heuveltop zijn schapen hoeden en zag het beeldje op de grond liggen. Hij nam het op en wou het mee naar huis nemen, doch een onbekende kracht hield de man ter plaatse. Toen zijn baas hem kwam zoeken plaatste deze het in een boom en onmiddellijk kon de knecht terug bewegen. Op die manier maakte O.L.Vrouw duidelijk dat zij daar een heiligdom wilde.

In de 16de eeuw behoorde Zichem tot de baronie van Diest, een leen van Prins van Oranje Willem De Zwijger. Door deze band met het katholicisme werd het beeldje één van de slachtoffers van de godsdiensthaat. Het verdwijnt en pas in 1587 schenkt Agnes Frederix, een kosteres uit Diest, een nieuw beeldje. Meteen ontstond opnieuw een legende die beweerde dat het oorspronkelijke beeldje weer naar zijn oorspronkelijke plaats zou zijn teruggekeerd. De tijden waren echter veranderd en het verhaal werd dit keer niet meer geloofd.

De kerk besloot in 1602 naast de boom een houten kapel op te richten. Het beeldje werd in de kapel gezet doch de boom bleef populair. Pastoor Van Thienwinckel organiseerde dan maar "officiële" bedevaarten vanuit zijn parochie naar de kapel. De gelovigen gingen wel in processie naar het Mariabeeld, maar bleven ook rond de boom lopen en takjes en stukjes schors meenemen als relikwie. Het kapelletje werd snel te klein. Het oord was immens populair. In 1603, ter gelegenheid van Maria-Geboorte daagden er 20000 bedevaarders op. De reden is duidelijk: de pest maaide de bevolking neer. De belangstelling kwam zelfs vanuit grote steden. Brussel schonk een zilveren kroontje en Antwerpen twee zilveren kandelaars. De "kaarskensprocessie" zou een overblijfsel zijn van een dankprocessie van mensen die van de pest gespaard bleven.

In het jaar 1604 gebeurde er nog iets schrikbarends. Een ketter daagde Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel uit om zijn blind paard te genezen. Maar hij werd daarvoor afschuwelijk gestraft. Zijn paard kon weliswaar opeens zien, maar hijzelf werd met eeuwigdurende blindheid geslagen.

In 1607 gaven Albrecht van Oostenrijk en Isabella Clara Eugenia van Spanje de opdracht voor het bouwen van de basiliek.

© 2018 Filip Gybels