Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Sage
Temse

De kattebrug

zwarte kat

Vroeger durfden slechts weinigen 's nachts de binnenweg "Het Vlietje" inslaan, alhoewel een stenen brugje naar een landelijk gehucht de weg verkortte. Algemeen werd dan de steenweg genomen. Dat kwam, omdat in de omgeving van het brugje 's nachts heel dikwijls een hels lawaai te horen was en glinsterende lichtstipjes te zien waren.

Op zekere nacht keerde Nardje de Rop van een feest in het dorp huiswaarts. Hij was moederziel alleen en tamelijk beschonken en daar een geestelijk verheugd mens gewoonlijk minder vrees kent, nam hij de binnenweg en kwam zo aan de brug.

Aan de overkant zag hij plots bij het vage maanlicht een grote zwarte kater met vurig glinsterende ogen recht op hem afkomen. Midden op het brugje begon ze vervaarlijk te miauwen en versperde Nard min of meer de weg. Nard was enigszins onthutst, maar zei toch tot het beest: "Katte poezie mien, waar gade gij". Het dier maakte proestend rechtsomkeer, vloog in één sprong de brug af en in één oogwenk stond Nardje temidden van wel twintig katten, die als uit het niets verrezen waren.

Op dit gezicht wilde Nard terugkeren, maar achter hem was het zelfde spel. Horen en zien vergingen van het duivels lawaai. In zijn angst vond de man niet beter dan maar naar huis te gaan. En waarlijk, het beterde. Eens de brug over, veranderde het hels concert op zo een wijze, dat ons boerke heel duidelijk de ruige kater hoorde voorzingen: "Nardje de Rop die vroeg aan mij, Katte poezie mien, waar gade gij?" En de hele bende antwoordde dansend en joelend: "Staart aan staart, kop aan kop, gaan we mee met Nardje de Rop."

En zo begeleidde die zonderlinge troep Nardje tot aan zijn woning. Hier verdween alles als het ware in de aarde en verstomde ook alle geruchten. 's Anderendaags vertelde Nard zijn wedervaren en sindsdien, nog meer dan vroeger, was die binnenweg 's nachts eenzaam en verlaten. Vanaf die tijd wordt die brug de "Kattebrug" genoemd.

© 2018 Filip Gybels