Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Sage
Waregem

Onbezonnen driftigheid

Kerk van Waregem

Op een vroege morgen in september 802 weerklonken de jachttonen in het slot van Eine. Zij verkondigden aan de mensen uit het omliggende dat hun meester die morgen een heerlijk jachtfeest zou geven. Alhoewel Geeraard, de bewoner van de prachtige burcht, overal om zijn woestheid en norse inborst gevreesd was, werden de uitnodigingen van zijn jachtpartijen met gretigheid aangenomen. Want in de uitgestrekte bossen wemelde het van allerlei soort wild. Het was dan ook niet verwonderlijk dat op die herfstmorgen iedereen uit de omtrek op het slot bijeen kwam om aan de jacht deel te nemen. Alles was gereed. Men wachtte alleen nog op de komst van de gastheer om te vertrekken. Een hoorngeschal verkondigde de aankomst van de veertigjarige ridder, met aan de arm zijn lieftallige dochter Elza van nauwelijks achttien jaar. Dan werd het teken voor het vertrek gegeven.

Huilend en blaffend vlogen de honden het woud in, door de vurige paarden gevolgd, van wie de ruiters begerig waren om het eerst het gezochte wild in het oog te krijgen. In het begin had Elza zich door de stroom van de jagers laten meeslepen, doch langzamerhand had zij de gang haar rijdier vertraagd tot er eindelijk een ogenblik kwam dat zij maar stapsgewijze meer verder ging. Toen de stoet eindelijk uit haar zicht verdwenen was stapte zij af, greep haar paard bij de teugel en leidde het in volle struikgewas waar zij het aan een boomstam vastmaakte . Te voet sloeg zij dan een nauwelijks gangbaar pad in dat haar weldra in de nabijheid van een boerderij bracht. Haar komst werd verwacht, want een jongen, genaamd Frits, kwam naar haar toegelopen. Hij was haar grote liefde. Echter tegen de zin van haar vader, omdat de jongen de zoon was van een van zijn lijfeigenen.

Hand in hand wandelden de geliefden verder en menige kus weerklonk in het woud. Elza had enkel oor en oog voor haar Frits en haar hoofd ruste op zijn schouder. Zij droomden samen van een mooie toekomst. Maar opeens stond daar voor hun haar vader. Vreselijk was het, de ridder te aanschouwen. Bloed dooraderde zijn ogen en krampachtig sloten zijn vuisten zich samen. Beiden slaakten een kreet van schrik en wierp Elza zich in de armen van Frits. Dit gebaar bracht de burchtheer tot het toppunt van razernij. Sterft! Bulderde hij, jij die het roemrijke huis van Eine onteerde en hij boorde zijn zwaard door hun borst. Als een razende zinloze wierp hij zich op hun dode lichamen en vertrapte hen onder zijn voeten. Daarna reed hij weg.

Hoe lang zijn dolle vaart duurde heeft nooit iemand geweten. De duisternis viel al toen hij uiteindelijk in de diepte van het woud neerviel. Onsamenhangende kreten ontsnapten zijn borst en een wit schuim van razernij stond op zijn lippen. Een kind dat langzaam genaderd was bezag de ridder met afgrijnzen en meende, door verder het bos in te vluchten aan de schrikwekkende verschijning te ontkomen toen Geeraard het kind bemerkte.
Blijf staan! …Bulderde hij . Waar ben ik hier?…Hoe heet dit dorp?
“Waeromme” zegde het kind.
Vuige laat, schreeuwde Geeraert, gij bespot mij… Hoe heet dit dorp?
“Waeromme” was opnieuw het antwoord van het kind.
Een dolle en blinde woede overviel de Einse heer, hij nam het kind in zijn ijzersterke vuisten en verplettert het met zijn hoofd tegen een boomstam. Juist op dit ogenblik verscheen graaf War, bewoner van Gavernino’s burcht en bezitter van het land van Waeromme. Moordenaar!…Riep hij de ellendeling toe, uw gruweldaad zal niet zonder straf blijven.

Gij ook zult voor u woorden boeten, raasde Geeraerd en het zwaard trekkend waaraan het bloed van zijn dochter nog kleefde sprong hij op de grijsaard toe. Graaf War ontsprong de aanval en blies met zijn zilveren hoorn die aan zijn gordel hing, een korte scherpe noodtoon. Enkele ogenblikken later kwamen van alle kanten mensen opdagen, die weldra een cirkel rond Geeraerd vormden. De Heer War beval hen de wreedaard naar de diepste kerker van zijn burcht te voeren. Ineens kwam daar echter de moeder van het kind aangelopen die Geeraerd wurgde als wraak voor de dood van haar eigen kind. Toen sprak ze: "Ik heb gemoord en ben nu vervloekt." Ze nam haar verminkt kind van de grond op en vluchtte ermee het bos in. Men heeft haar nooit weergezien.

Deze voorvallen hadden graaf War zo zeer getroffen dat hij korte tijd nadien stierf. Doch eer hij de laatste adem uitblies veranderde hij de naam van de heerlijkheid Waeromme in die van Waeringheim (Het huidige Waregem).

Printvriendelijke versie

© 2018 Filip Gybels