Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Sage
Aarschot

Het Arendschot

Arend

Toen de Romeinen ons land veroverd hadden, maakte veldheer Julius Caesar kennis met de Antwerpse reus Brabo. En hoe ging dat indertijd onder groten? Om de vriendschap te versterken togen ze op jacht. Naar het hageland nog wel.

Toen ze, in de omgeving van een naamloos gehucht langs de Demer reden, zag Brabo opeens een arend door de lucht cirkelen, hoog boven het glooiende land. "Kijk" riep hij uit. "Kijk, Julius Caesar een arend." De veldheer wipte van zijn paard, nam zijn grootste boog, zijn scherpste pijl, spande de boogpees en de pijl trof de arend in de borst. De arme vogel plofte neer aan de voeten van Caesar.

"Wat een schot" prees Brabo hem "Echt meesterlijk, Julius Caesar".
"Een echt arendschot" beaamde de Romein "En daarom zal het naamloze gehucht, dat ooit een stad zal worden, de naam Arendschot dragen."

Bovendien, zal er hier een straat aangelegd worden genaamd naar de bek van de arend die eraf gebroken is door zijn val. Deze straat bestaat nu onder de naam "Bekaflaan".
"Schitterend" knikte Brabo, "Maar kun je soms ook een naam vinden voor dit land, bij voorkeur iets waar mijn naam in voortleeft?" "Een fluitje van een cent." lachte Ceasar "Wat dacht je van Braboland."

En aangezien de mensen altijd de neiging hebben om namen wat in te korten, werd Arendschot later gewoon Aarschot en Braboland simpelweg Brabant genoemd.

Printvriendelijke versie

© 2018 Filip Gybels