Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Sage
Diest

De Belegering van Diest

Diest

Vele jaren geleden kwamen de Hollanders Diest belegeren. De velden van Zichem, Averbode en Scherpenheuvel waren letterlijk met Hollandse tenten overdekt. Het was de vijand bekend dat Diest over geen verdedigingsmiddelen beschikte en was er dus van overtuigd dat het een fluitje van een cent zou zijn om Diest te overmeesteren.

Doch de Diestenaars, die onder geen klokhen uitgebroed zijn, staken de koppen bij elkaar en besloten, op hun manier, de vijand een kool te stoven en tot de aftocht te dwingen.

De nacht voor de vermeende overgave was heel Diest te been. En wat zagen de Hollanders de volgende morgen? Ze zagen de stad van top tot teen gewapend. De vestingwallen lagen vol houwitsers; in elk schietgat blonk de muil van een fonkelnieuw kanon, en op de kantelen der vestingmuren zag men de veldslangbuizen elkaar verdringen. En bij hun stukken stonden de kanonniers, met brandende lont, gereed om onder een regen van bommen, kogels en allerlei werptuigen, uit duizend vuurmonden tegelijk losgebroken, het vijandelijk leger te begraven!

Nu wisten de Hollanders genoeg. Meer verbluft misschien dan verschrikt, rolden zij met zeven haasten hun matten op en maakten dat zij wegkwamen. Te midden van het gelach, de kwinkslagen en de drinkpartijen, brachten de grappige Diestenaars hun dag door met hun eigenaardig geschut terug op te bergen. En die opbergplaats was doodeenvoudig een of andere kelder, want al die zogezegde kanonnen, houwitsers en veldslangen waren enkel gewone boterpotten uit gebruinde zandsteen vervaardigd. Zo wisten de Diestenaars, door een slimme krijgslist, hun ondergang te beletten.

Bron: 

- De Cock, A., & Teirlinck, Is. (1912). Brabantsch Sagenboek (1ste editie, Derde deel: Historische Sagen). Gent, België: A. Siffer.
- J. Snob, in Petit Belge van 25 Sept. 1903.

© 2020 Filip Gybels