De geest van Karloken
In 't Pajottenland, op de heide van Kester, werd vroeger dikwijls een klagende stem gehoord, die onophoudelijk riep: "Waar moet ik hem zetten? Waar moet ik hem zetten?" Het was de geest van Karloken, die alle nachten ronddwaalde met een meersteen op de schouder. Al lange jaren was de man dood, maar eer hij de meersteen, die hij tijdens zijn leven diefachtig had verplaatst, terug op zijn vorige plaats gezet had, zou de hemel voor hem niet geopend worden. Daarom dwaalde zijn geest alle nachten rond, op zoek naar die plaats.
Eens hoorde een zatterik het smekend geroep: "Waar moet ik hem zetten ?" en spottend antwoordde hij: "Wel verdomd, daar waar je hem gevonden hebt!" Een blijde schaterlach klonk door de lucht, een rukwind huilde in het geboomte, en de zatterik werd nuchter van schrik. Sedertdien heeft men de stem nooit meer gehoord.
Brabantsch Sagenboek, A. De Cock en Is. Teirlinck, 1909